Nieuws

Hartslagmetingen gebruiken om belasting per paard te bepalen

Welzijn en gezondheid bij paarden zijn nauw met elkaar verbonden, maar zijn niet hetzelfde. Ze beïnvloeden elkaar en samen bepalen ze de kwaliteit van leven van een paard. Gezondheid verwijst naar de fysieke en mentale toestand van een paard. Welzijn gaat verder dan gezondheid en omvat ook sociale en emotionele aspecten. Welzijn en gezondheid zijn een nauw samenspel. Welzijn beïnvloedt gezondheid: stress door gebrek aan beweging kan leiden tot fysieke gezondheidsproblemen zoals maagzweren of stereotypieën. Gezondheid beïnvloedt welzijn: een gewond of ziek paard ervaart pijn, wat het welzijn aantast.

Profielfoto van Frederieke Verhaar
3 maart 2025 | 5 minuten lezen

Zo kan een paard dat dus te zwaar of verkeerd belast wordt in de training door de pijn stress ervaren, wat het welzijn verlaagt. In FNRS Zaken nummer 2-2024 legt Dr. Carolien Munsters uit wat je met hartslagmetingen kunt om de gezondheid van paarden te waarborgen door blessures te voorkomen.

In dit artikel gaan we verder in op de praktische kant van dit verhaal. Want hoe kan je als manegehouder, instructeur of pensioneigenaar een hartslagmeter inzetten om de gezondheid, en dus ook het welzijn, van de paarden op stal te verbeteren en effectiever te trainen? In het vorige artikel vertelde Carolien, inspanningsfysioloog voor paarden, dat ze werkt met referentiewaarden waar een ontspannen, getraind warmbloedpaard binnen moet vallen in een arbeidstempo. “Voor de stap is dat een hartslag tussen de 60-80 bpm, in draf tussen de 90-110 bpm en in de galop tussen de 100-120 bpm. Een manegepaard zit daar vaak onder, dat heeft meestal te maken met een wat rustiger tempo en is niet erg. Komen de waardes hoger uit dan kan dit erop duiden dat er iets aan de hand is met één van de factoren die het welzijn van het paard bepalen. Je kan het welzijn de belasting en belastbaarheid niet los zien van elkaar. Wij gebruiken hiervoor het Vijf Domeinenmodel van Mellor. Vanuit de wetenschap gezien is dit het basismodel met genoeg indicaties en handvaten om een goede inschatting van het welzijn van een paard te kunnen maken. Dit model berust op de vijf domeinen: voeding en hydratie, de fysieke omgeving, gezondheid, gedragsinteracties en de mentale toestand.” Wat dit inhoudt is terug te lezen in het vorige artikel.

Verkeerde balans

Het welzijn van een paard kan je dus waarborgen door gebruik te maken van de informatie die voor handen is over de vijf domeinen. Wat je paard naast de training doet in die andere 23 uur heeft een grote invloed op de training. Als bijvoorbeeld de gezondheid, voeding, mentale toestand of andere aspecten niet kloppen dan heeft dat effect op de kwaliteit en mogelijkheden van je training. Carolien ziet ui diverse onderzoeken dat blessures ontstaan door een verkeerde balans tussen wat het paard gevraagd wordt en wat het lichaam aankan. “Uit de data blijkt dat ongeveer een derde van de paarden wel eens uitvalt door blessures. Dat is niet alleen in de topsport, maar ook bij manege- of recreatiepaarden. De balans goedhouden begint met meten wat en hoeveel een paard eigenlijk echt doet.”

Als onderdeel van het management

Maar hoe pak je zo’n hartslagmeting aan? Ten eerste adviseert Carolien om gebruik te maken van een wetenschappelijk gevalideerde hartslagmeter, bijvoorbeeld die van Polar. “Je wilt immers wel dat de gegevens kloppen, anders kan je er niet veel mee. Een eventingruiter schaft misschien eerder een hartslagmeter aan om zelf te onderzoeken hoe de conditie van zijn paard is en of die de zware cross wel aankan. Maar eigenlijk is het voor elke paardeneigenaar slim om hartslagmeters toe te passen in het management. Dit om de algemene fitheid en belastbaarheid van het paard te kunnen meten en eventuele problemen te ondervangen voordat een paard geblesseerd raakt. Voor ongeveer 200 euro heb je een complete set en kan je met een gratis app aan de slag. Wees wel voorzichtig met het gebruik van de hartslagband, want door verkeerd gebruik slijt de band een stuk sneller. Mijn advies is om een instructeur of jezelf hierin op te laten leiden, zodat je weet hoe je hem moet gebruiken en de data moet interpreteren.

Monitoren tijdens lessen

Als je één hartslagmeter tot je beschikking hebt, dan kan dat het beginpunt zijn om de paarden tijdens een les te gaan monitoren. De ene keer meet je het ene paard en de andere keer een volgende. “Valt het paard bij de eerste meting al niet binnen de referentiewaarden dan ga je onderzoeken waar dit aan ligt. Is het paard gestrest of is de bodem zwaar, dan is het logisch dat de waarden hoger uitvallen. Als dat niet zo is dan kan het zijn dat de conditie niet zo goed is, dus dat de gevraagde arbeid meer moeite kost dan je verwachtte. Dat kan doordat er een veterinair probleem is, maar kan ook komen door een slecht passend zadel of andere oorzaken. Het geeft je echter wel een aanknopingspunt dat het werk waarvan je dacht dat het lichte arbeid was (omdat een manegepaard de lessen bijvoorbeeld makkelijk zou moeten kunnen volhouden), geen lichte arbeid blijkt voor het paard. Je kunt dan gericht gaan zoeken naar de onderliggende reden en de belasting hierop aanpassen. Wat ook kan meespelen is dat het paard al wat ouder is en gewoon minder aankan. Gebruik die informatie om te onderzoeken waar de oorzaak ligt om vervolgens het management aan te passen zodat het paard niet overbelast raakt en mogelijk uitvalt. Met een volgende hartslagmeting kan je vervolgens bekijken of het daadwerkelijk verbeterd is of dat meer factoren invloed hebben op de verminderde belastbaarheid.”

  

Gevoel als slechte raadgever

Op de vraag of je niet zonder een hartslagmeter erachter kunt komen hoe zwaar een paard de training ervaart, antwoordt Carolien stellig: “Bijna niet. Dat komt omdat je werkt met twee atleten. Zowel de ruiter als het paard. Een intensieve training voor de ruiter betekent niet automatisch dat dit voor het paard ook geldt. We hebben een onderzoek gedaan bij manegepaarden wat liet zien dat deze hun werk meestal niet erg intensief ervaren en nauwelijks verzuren. Terwijl de manegeruiters regelmatig aangaven het heel erg zwaar te hebben tijdens trainingen. Dit heeft dus ook te maken met hoe je iets ervaart. Door de intensiteit inzichtelijk te maken, creëer je transparantie in de daadwerkelijke belasting en dus ook een stukje in het welzijn. Arbeid onder de 120 slagen per minuut is voor een paard licht intensief wat gelijk staat aan wandelen of licht joggen bij ons en kan hij dus echt wel een tijdje volhouden. Bij het gros van de warmbloedpaarden tot basissport Z2 niveau valt dressuur rijden onder lichte arbeid. Buitenrijden en springen kan je schalen onder matig tot hoog intensief, omdat er meer wordt gegaloppeerd en de snelheid hoger ligt. Maar je ziet ook veel variatie tussen verschillende paarden. Vooral koudbloedrassen hebben meer moeite met hun ogenschijnlijke lichte dressuur arbeid. Dat is niet erg, maar dat betekent dat zij sneller een matige of zware arbeid verrichten en je hun training ook zo moet behandelen. Dat kunnen ze niet zomaar 5 dagen in de week volhouden en voor die paarden is een buitenrit - waarbij het tempo vaak wat hoger ligt - helemaal niet zo licht intensief als vaak wordt verwacht. Dat betekent niet dat dit niet kan, maar wel dat je het paard daarvoor moet trainen en het trainingsschema daarop aan moet passen.”

Maar een hulpmiddel

Tot slot wil Carolien aangeven dat meten altijd een hulpmiddel is. “Data kan paardenkennis niet vervangen, maar kan je wel helpen om je oog en gevoel te trainen en objectiever te leren kijken. Ons gevoel is zoals je hierboven kunt lezen niet altijd de beste raadgever, het verschilt per persoon en is soms lastig te vergelijken, terwijl een hartslagmeter wetenschappelijk gevalideerd is en dus meer objectieve gegevens geeft. Toch moet je niet alleen meten om data te verzamelen, gebruik het als hulmiddel. Gebruik het om meer inzicht te creëren, je gevoel te finetunen en vanuit daar training en management te optimaliseren. Als je dingen meet dan loop je vanzelf tegen vragen aan en zaken waar je iets mee wilt doen. Hoe meer je van de fysiologie van je paard begrijpt hoe beter je dit soort zaken kan toepassen en het welzijn en dus ook de gezondheid van het paard zowel binnen als buiten de training kunt sturen.”